Discriminatie van moslims is niet te vergelijken met Joods leed

opinie

Sylvain Ephimenco

Sylvain Ephimenco. © Maartje Geels
Column

Wie de anti-Joodse maatregelen in de jaren dertig op een lijn stelt met de huidige situatie van moslims in Europa, is volgens Sylvain Ephimenco een geschiedvervalser en een haatzaaier.

Steeds vaker wordt er een link gelegd tussen Joden in de jaren dertig in Europa en Europese moslims nu. Dit gebeurde voor het laatst zaterdag in Trouw door drie prominente Nederlandse moslims in een uitgebreid interview met als kop ‘Moslims vrezen het ergste’. Het veelgebruikte begrip ‘jaren dertig’ heeft betrekking op de vervolging van Joden in nazi-Duitsland, destijds het epicentrum van het gewelddadige antisemitisme, die uitmondde in de Holocaust en zijn zes miljoen Joodse slachtoffers.

Lees verder na de advertentie

De eerste belangrijkste anti-Joodse maatregel werd op 1 april 1933 genomen door de NSDAP met de grootschalige boycot van Joodse winkels, artsen en advocaten. In 1935 volgde de invoering van de rassenwetten van Neurenberg. Door deze wetten werden Joden hun burgerrechten ontnomen en voor niet-Joodse Duitsers werd het verboden met Joden te trouwen. Drie jaar later, in de nacht van 9 op 10 november 1938, werd een gigantische progrom tegen de Joodse inwoners van Duitsland gehouden. Tijdens deze Kristallnacht werden 7500 winkels en bedrijven van Joden vernield. Er werden 267 synagogen in brand gestoken. Joodse huizen, begraafplaatsen, en zelfs ziekenhuizen en scholen moesten het ontgelden. Er werden die nacht 92 Joden vermoord.

De situatie van de moslims nu en die van de Joden in de jaren dertig zijn niet op één lijn te stellen

Onpeilbaar leed

Wie het voorafgaande op één lijn stelt met de huidige situatie van moslims in Europa en in het bijzonder in Nederland - direct of indirect, suggererend of stellend, impliciet of expliciet - pleegt niet alleen geschiedvervalsing, maar zaait onbedoeld ook haat. Hij of zij maakt zich eveneens schuldig aan het bagatelliseren van het onpeilbare leed dat de Joodse gemeenschap is aangedaan. Het leed dat eindigde in de vernietigingskampen. Dat er hier en daar grove taal en ook bedreigingen op sociale netwerken tegen moslims worden geuit, is vanzelfsprekend schandelijk. Net als dat sommige werkgevers bij het toekennen van banen discrimineren op afkomst. Maar dit is wel van een ander formaat dan structurele discriminatie, vervolging en geweld tegen moslims van overheidswege.

We moeten voorzichtig zijn ge­schied­ver­val­sing en onwaarheden van ver­baal­ex­tre­mis­ten onweersproken te laten

Een ander aspect dat sommige moslims tot nadenken zou moeten stemmen alvorens zichzelf met de Joden van meer dan tachtig jaar geleden te vergelijken, is het aandeel van de notoire Jodenhater Mohammad Amin al-Hoesseini. Deze moefti van Jeruzalem was een van de bekendste moslims-vertegenwoordigers uit die tijd. In 1933 begroet hij de machtsovername van nazi-Duitsland ‘van harte’ en hoopte ‘dat ook andere landen het fascistisch-antidemocratisch staatsbestel zullen overnemen’. Op 28 november 1941 bracht hij in Berlijn een eerste bezoek aan Hitler en hij besprak met hem tot in detail de oplossing van het ‘Jodenvraagstuk’.

Ik zal ook niet onbesproken laten dat uit de Joodse gemeenschap toen geen geloofsfanatici opstonden die aan de lopende band in Europa massamoorden en aanslagen pleegden op trein- en metrostations, cafés, concertzalen, kerken enz. We moeten voorzichtig zijn geschiedvervalsing en onwaarheden van verbaalextremisten onweersproken te laten.

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie
De situatie van de moslims nu en die van de Joden in de jaren dertig zijn niet op één lijn te stellen

We moeten voorzichtig zijn ge­schied­ver­val­sing en onwaarheden van ver­baal­ex­tre­mis­ten onweersproken te laten